De richtlijn bouwproducten heeft betrekking op voor de bouw bestemde producten. Dat zijn producten die worden vervaardigd om blijvend deel uit te maken van bouwwerken, zowel gebouwen als kunstwerken. De richtlijn stelt geen eisen aan de bouwproducten als zodanig, maar stelt fundamentele voorschriften aan de bouwwerken waarin de producten worden toegepast. Het begrip ‘bouwwerk’ moet daarbij breed worden opgevat en omvat bijvoorbeeld ook bruggen, tunnels, wegen of hekwerken rond gebouwen. Bouwproducten moeten zodanige eigenschappen bezitten dat de bouwwerken waarin ze worden verwerkt, gemonteerd, toegepast of geïnstalleerd, kunnen voldoen aan de fundamentele voorschriften. De Richtlijn bouwproducten stelt fundamentele voorschriften (aan bouwwerken) op de volgende gebieden:

 

• sterkte en stabiliteit;
• brandveiligheid;
• hygiëne, gezondheid en milieu;
• gebruiksveiligheid;
• geluidshinder;
• energiebesparing en warmtebehoud.

 

Deze fundamentele voorschriften voor bouwwerken worden vertaald naar de in die bouwwerken te verwerken bouwproducten. Dat gebeurt door technische specificaties voor groepen producten (productfamilies) op te stellen. Dat kunnen Europese geharmoniseerde normen zijn of Europese technische goedkeuringen (ETA’s) zijn. De Europese normen vormen de grootste groep; fabrikanten of importeurs van producten buiten de EER zijn verplicht CE-markering aan te brengen. Voor producten waarvoor geen Europese norm bestaat, zijn er ETA’s. Een ETA geeft een producent de mogelijkheid toch CE-markering te gebruiken. Voordeel van het opstellen van Europese technische specificaties is dat in alle EER-landen per productgroep dezelfde testmethoden gelden. Hiermee worden de veelal tegenstrijdige nationale specificaties vervangen.

Omdat het opstellen van de vereiste Europese specificaties veel tijd vergt, is de Richtlijn bouwproducten voor een aantal groepen van producten daadwerkelijk van kracht. Informatie over dit onderwerp is verkrijgbaar bij het ministerie van VROM.